Stichting Auteursdomein®

 
 

 


Literatuurnotitie Stichting Auteursdomein 2007 - Bijzondere missies

(Download als pdf
)
 

De Stichting Auteursdomein (‘SAD’) is opgericht in september 2005 met het doel meer gedebuteerde auteurs en vertalers in staat te stellen te leven van de opbrengst van hun werk, en ook in andere opzichten hun positie te versterken. Op lange termijn hoopt de stichting, gesteund door technische ontwikkelingen zoals Printing on Demand, te bereiken dat het inkomensbestanddeel van de auteur een groter deel van de netto vaste boekenprijs gaat uitmaken en dat de auteur een grotere rol gaat spelen in het uitgeefproces. Bijzondere doelstellingen 2007:

 

1. Backlist-exploitatie door auteurs mogelijk te maken door te bevorderen dat de ISBNs openbaar toegankelijk op het web komen te staan en dat het centrale bestelbestand van de boekhandels wordt opgeschoond.
Dit met het doel elke titel, zoals de registratie ook beoogt, traceerbaar te maken naar de plaats waar hij te verkrijgen is. Op het ogenblik is de ISBN registratie privé-eigendom van het Centraal Boekhuis BV in Culemborg, de grootste distributeur. CB gebruikt het alleen om er een kleiner bestelbestand uit samen te stellen: CB-online. De ISBN-registraties zelf zijn niet openbaar, en titels die niet hebben gekozen voor distributie via het CB zijn vaak zelfs voor de boekhandel onzichtbaar. De lezer die er bij de boekhandel naar informeert, verneemt dat de titel niet bestaat of niet meer in de handel is. Nog jaren nadat de rechten zijn vervallen, blijven bestellingen in CB-Online aan de voormalige uitgever gekoppeld.
De verwijzing luidt: 'titel niet meer leverbaar, informeer bij de uitgever', bij aanklik verschijnt de voormalige uitgever. Dit schaadt auteurs die hun eigen backlist exploiteren.

 

In februari 2007 heeft Auteursdomein een klacht ingediend bij de NMA en aangedrongen op opschoning van het CB-Online bestand en openbaarmaking van de ISBN-databank. In augustus heeft de NMA laten weten dat ze de klacht vooralsnog niet zwaarwegend genoeg vindt. Weliswaar wijst ze de klacht niet af, maar behandeling wordt onbepaalde tijd uitgesteld. Bij voldoende steun wil Auteursdomein in beroep gaan.
 

(zie het onderzoek, steun de 'Petitie open ISBN' )

1a. Open ISBN, integraal bestand.
Het is bekend dat de ISBN-bank een groot aantal inactieve ISBN's bevat. Opschoning van de ISBN-databank is echter niet gewenst. De inactieve ISBN's geven inzicht in tweedehands en antiquarisch aanbod van titels. Dit is geen vervuiling van het bestand. Integendeel, er zou veel nuttige informatie verloren gaan indien inactieve ISBNs werden verwijderd. Vervuiling bestaat uit titels die wel zijn geregistreerd maar nooit zijn uitgebracht. Deze is bescheiden, want registratie van een ISBN kost geld.

 

1b. CB-Online opschonen.
Met het oog op de economische schade voor de auteur of andere nieuwe uitgever zou het niet toegelaten moeten zijn dat de voormalige uitgever het contactpunt voor bestel-informatie blijft nadat de rechten zijn vervallen. Het is daarom noodzakelijk dat bij de vestiging van een nieuw ISBN op een bestaande titel wordt aangegeven of het oude ISBN wel of niet vervalt. Vervalt het, en is de nieuwe titel niet leverbaar via Centraal Boekhuis, dan dient de vermelding te zijn: 'niet leverbaar via CB, raadpleeg de ISBN-bank'. Het is van belang dat de titelvermelding blijft staan.

 

2. De invoering bevorderen van nieuwe technieken die boeken en lezers online kunnen matchen.

Kranten en tijdschriften bespreken nog slechts een fractie van het titelaanbod dat door de gezamenlijke literaire uitgevers wordt uitgebracht. Het overgrote deel wordt nergens besproken. Dat zou ook niet kunnen: de traditionele media hebben eenvoudig de fysieke ruimte niet voor het huidige titelaanbod. Het meeste komt en gaat geruisloos en zonder beoordeling. Daardoor ontbreekt een samenhangend overzicht van hedendaagse literatuur en een bekwame schifting van het aanbod. De overzichtelijke situatie van weleer komt waarschijnlijk nooit meer terug. De nieuwe situatie vraagt dringend om nieuwe matching-instrumenten. De bestaande zoektechnieken zijn niet adekwaat. Auteursdomein oriënteert zich op recent ontwikkelde software waarmee verwantschappen zijn te classificeren.

 

3. Speculatie met auteursrechten ter discussie stellen en bevorderen dat rechten die gedurende een jaar of langer niet of nauwelijks worden geexploiteerd – te beoordelen aan het omzetvolume - automatisch terugvallen aan de maker.

De huidige praktijk is dat uitgevers de exploitatierechten op het werk van de auteur na enige tijd op de plank leggen in afwachting van een doorbraak, of totdat er een drempel wordt bereikt waarboven een herdruk aantrekkelijker is dan een nieuwe exploitatie. Deze speculatie met auteursrechten is zeer omvangrijk en, nu de auteur over mogelijkheden beschikt om de rechten zelf te benutten, in feite een vorm van broodroof. SAD maakt in navolging van de meeste contracten onderscheid tussen 'leverbaar maken' van een titel, en 'exploitatie' van een titel. Bij exploitatie hoort een verkoopinspanning en een omzet. De auteur kan niet gehouden worden de exploitatie voort te zetten bij een uitgever die geen verkoopinspanning pleegt en een verwaarloosbare omzet haalt.

Nieuwe mogelijkheden voor uitgevers om het boek leverbaar te houden zonder dat er sprake is van verkoopinspanning – i.h.b. ‘Google zoeken in boeken’; 'theoretische leverbaarheid' (waarbij een boek  pas gekloond wordt middels PoD wanneer zich een koper aandient), en '1-exemplaar-per-titel-op-voorraad' van het Centraal Boekhuis -  moeten naar de mening van de SAD onvoldoende grond voor de uitgever zijn om exploitatierechten van de backlist vast te houden als de omzet verwaarloosbaar is)*. (Opm.: De stichting neemt geen titels op waarvan de auteur  het recht tot opname in Google-zoeken-in-boeken heeft afgestaan aan de uitgever. (Lees hier waarom).

 

4. Bevorderen dat auteurs hun eigen werk mogen verkopen met inachtneming van de vaste boekenprijs.
Was het al bizar dat het een 'kortingsregeling' werd genoemd dat de auteur zijn eigen werk kon kopen bij de eigen uitgever met een winstopslag van 100-500% op de kostprijs voor de uitgever, nog vreemder is het dat deze 'kortingsregeling' inmiddels is ontaard in een verplichting voor de auteur om eigen werk aan te kopen bij de afnemer van zijn/haar afnemer - de boekhandel - en wel nadat de boekhandel 40% bovenop de verkoopprijs van de uitgever heeft gelegd.)**
De gemiddelde auteur ontvangt 10% a 15 % van de VBP als royalty en wordt in de nieuwe wet dus verplicht om zijn/haar eigen werk voor het tienvoudige aan te schaffen bij een derde partij. In de praktijk betekent dit dat veel auteurs zelfs moeite hebben de gebruikelijke presentexemplaren voor vrienden en familie aan te schaffen.
Auteursdomein vindt dit een vorm van gedwongen winkelnering en dringt erop aan de regel terug te draaien. Auteurs moeten hun eigen werk kunnen kopen tegen een vergoeding die ligt tussen de kostprijs voor de uitgever en de prijs waarvoor de uitgever het met winst doorverkoopt aan de boekhandel (beide uiteraard zonder auteursroyalty). Auteurs doen er goed aan over de inkoopprijs scherp te onderhandelen in het Auteurscontract. In de huidige marktsituatie, waar de auteurs in de regel verlies lijden op een titel en uitgevers in de regel winst maken op een titel, vindt de Stichting het verwerpelijk dat uitgevers winst willen maken op leveranties aan hun auteurs. Totdat de gedwongen winkelnering uit de Wet is verdwenen, zal de stichting optreden als 'onderlinge' boekhandel, waarbij de 40% boekhandelskorting wordt doorgegeven aan auteurs.

 

5. Het Biblion-monopolie op boekrecensies op het web ter discussie stellen en een pluriforme beoordeling van literatuur  op het web bevorderen.

Van oudsher hielp Biblion de openbare bibliotheken bij hun aanschafbeleid door kleine recensies te schrijven over alle nieuwe uitgaven. Internetboekhandels hebben deze informatie ontdekt en betalen de bibliotheekdienst voor een abonnement op deze kleine adviezen. Inmiddels tonen alle grote internetboekhandels, waaronder Bol, Ako en een groeiend aantal websites van gewone boekhandels, de recensie van Biblion meteen naast de titel van een boek. Als de recensie goed is, is het meegenomen voor auteur en uitgever maar als ze slecht is, is de schade buitenproportioneel: het stukje verschijnt gedurende de hele levenscyclus van het boek (en waarschijnlijk nog lang daarna) ongevraagd aan elke potentiele koper bij elk belangrijk verkooppunt op het web. Aan het eind van zijn levenscyclus is elk boek voor de verkoop op het web aangewezen, zodat het gewicht van de recensie dan nog toeneemt. Het Biblion-monopolie wordt versterkt doordat kranten en andere gedrukte media hun recensies niet vrij op het web plaatsen maar ze reserveren voor eigen abonnees. Je hebt echter niets aan een wettelijk beschermde pluriformiteit van de boekenmarkt als je tegelijkertijd de informatie over dat aanbod aan het subjectieve oordeel van één persoon overlaat. Het zou gezonder zijn als Biblion ongekleurde, neutrale verkoopinformatie ging verschaffen aan commerciele verkooppunten. Daarnaast moet er een pluriforme, aan algemeen geaccepteerde normen voor kwaliteit en integriteit voldoende beoordeling van literatuur op het web ontstaan.

 

6. De professionaliteit en integriteit van online recensies bevorderen. Boekbesprekingen worden in toenemende mate geschreven door leken, ze staan levenslang online en hebben een impact en een reikwijdte gekregen die voorheen ondenkbaar was. Hoe positief het ook is dat Internet de ruimte en de veelstemmigheid begint te bieden die het toegenomen boekenaanbod hard nodig heeft, de keerzijde is wel dat ze auteurs behalve groot voordeel ook verwoestende economische en morele schade kunnen brengen. De stichting biedt een recensiecode met logo aan, die vrijwillig kan worden geadopteerd door websites voor online boekbesprekingen. (Recensiecode & toelichting )

 

7. De instelling van een verbod op de vrije exploitatie van e-boeken.

e-Boeken (en luisterboeken) zijn gevoelig voor illegale duplicatie. Niettemin is er een groeiende groep lezers die behoefte heeft aan digitale literatuur. Het aanbod beperkt zich helaas tot klassiekers waarop het auteursrecht is vervallen, en zal naar verwachting blijven stagneren zolang de overheid de grootste risico's niet wegneemt. Wanneer de exlpoitatie (dwz de verkoop) van e-boeken wordt gebonden aan een schriftelijk fiat van de auteur, ontstaat de sitatie dat illegale kopieën nog wel gemaakt kunnen worden, maar vervolgens niet aan de man te brengen zijn. Anders dan illegale duplicatie is illegale verkoop uiterst gemakkelijk op te sporen.

 

8. Bij belangenbehartigers onder de aandacht brengen dat er geen onneembare drempels voor auteurs en kleine uitgevers mogen ontstaan bij de opzet van de landelijke databank voor boeken waaraan op het ogenblik gewerkt wordt.

 

9. Inzet voor betere auteurscontracten
a)
Minimumpercentages: Auteurs en vertalers kennen geen collectieve arbeidsovereenkomst. Hun positie is enigszins vergelijkbaar met die van werknemers voor de opkomst van de vakbeweging. Auteurs wier werk goed loopt zijn doorgaans geen lid van de vakbond maar maken individuele afspraken met hun uitgevers. Auteurs wier werk minder goed loopt hebben baat bij collectieve minimum-afspraken. Zij hebben echter geen machtsmiddel en leggen ook samen weinig gewicht in de schaal. Het zogeheten collectieve 'Modelcontract' weerspiegelt de zwakke positie van auteurs tegenover de uitgeefconcerns. Dankzij vaste boekenprijs en gedaalde produktiekosten zijn lage en middelgrote oplages als regel winstgevend voor de uitgever. Voor de auteur zijn zulke oplages door de lage royalty (10% van de vaste boekenprijs), verliesgevend. Daarnaast hebben auteurs gewoonlijk niet de mogelijkheid hun inkomen en risico te spreiden over meer dan een titel.

Tegen deze achtergrond wekt het verbazing dat de Nationale Mededingings Autoriteit (NMA), die toeziet op een gezond machtsevenwicht tussen marktpartijen, onlangs het collectieve minimumpercentage uit het contract van vertalers heeft laten verwijderen omdat het in strijd zou zijn met de Mededingingswet. Hiermee staat de deur open naar afschaffing van soortgelijke minimumpercentages in het auteurscontract. Het is geen goede zaak als de Mededingingswet wordt toegepast om maatregelen ter bescherming van zwakke groepen te elimineren. Voor het overgrote deel van auteurs en vertalers zijn minimumpercentages onmisbaar. Als deze in strijd zijn met de Mededingingswet, moet de oplossing niet worden gezocht in het loslaten van de collectieve afspraak, zoals inmiddels helaas voor vertalers is gebeurd, maar in het zodanig versterken ervan dat de Mededingswet de afspraak toestaat, zoals ook het geval is voor het Wettelijk Minimumloon, het Minimum Jeugdloon en collectieve arbeidsovereenkomsten in het algemeen.

b) Nieuwe rechten: De stichting gaat ervan uit dat in het verleden afgesloten contracten geen reikwijdte hebben over rechten die nog niet bestonden. Het mag niet zo zijn dat dat nieuwe rechten alsnog aan de uitgever toevallen op de manier van 'wie-zwijgt-stemt-toe'. Nieuwe rechten kunnen alleen worden overgedragen in nieuwe contracten. Dit geldt naar de mening van de SAD voor e-boek, luisterboek, hyperboek, opname in 'Google zoeken-in-boeken' en alle toekomstige exploitatievormen. (Auteursdomein neemt geen titels op waarvan de auteur  het recht tot opname in Google-zoeken-in-boeken heeft afgestaan aan de uitgever omdat dit auteurs-exploitatie in de praktijk onmogelijk maakt).

c) Terugvallen van rechten bij verwaarloosbare omzet:

Rechten die niet worden geëxploiteerd horen terug te vallen aan de maker van het werk. Nu een boek volgens het standaardcontract binnen 1 jaar mag worden verramsjt (voorheen 2 jaar), is 1 jaar ook een redelijke termijn om rechten te laten terugvallen als de omzet verwaarloosbaar is. De SAD vindt het een misstand dat rechten zelfs 3 tot 4 jaar nadat het werk is verramsjt of verpulpt contractueel mogen worden vastgehouden door de uitgever. Bij verramsjen of doordraaien horen de rechten automatisch terug te vallen aan de auteur.

d) Beperking van de contractperiode:
Het 'Modelcontract' bindt auteurs voor de eeuwigheid, maar biedt uitgevers de vrijheid binnen 1 jaar een titel te verramsjen of door te draaien. Dit is een van vele vormen van asymmetrie in het voordeel van uitgevers het Modelcontract. De SAD raadt auteurs met klem aan geen contracten meer te sluiten met een looptijd langer dan 1 jaar. Bij wederzijdse tevredenheid kan een contract uiteraard altijd worden verlengd. De bulk van de verkoop - en van de eventuele verkoopinspanning door de uitgever - ligt vrijwel altijd in de eerste 12 maanden. Bij langere contracttijden ontstaat gemakkelijk een patstelling waarbij de auteur machteloos moet toezien hoe de verkoop daalt naar een niveau dat nauwelijks royalty genereert, terwijl backlist-exploitatie in auteursbeheer niet is toegestaan.

e) Opheffing van de overschotclausule:
De s
tandaardcontracten bevatten een clausule die toelaat dat de uitgever onbepaald de tijd mag nemen om zich te ontdoen van overschotten - ook nadat de rechten op de titel reeds zijn teruggevallen aan de auteur. Deze clausule is zeer schadelijk voor backlist-exploitaties in auteursbeheer. Het stelt de uitgever niet alleen in staat rechten onbepaalde tijd vast te houden, maar nodigt ook uit tot overproductie. In het algemeen moet er dringend duidelijkheid komen over waar en wanneer exploitatierechten eindigen.  

f) Vitale afspraken: Afspraken over promotie-inspanning, prijs van het boek, aanbieding op buitenlandse beurzen en retourrecht voor de winkel, alsook de afspraak over het tijdstip van publicatie, worden doorgaans mondeling gemaakt en vrij algemeen geschonden. Gezien de grote economische belangen voor de auteur, en de implicaties voor al zijn of haar toekomstige titels, vindt de SAD dat vitale afspraken een plaats moeten krijgen in het Modelcontract. Schending van vitale afspraken zou een grond moeten zijn voor ontbinding van het contract en schadevergoeding, ook als ze mondeling zijn gemaakt. Dit geldt nadrukkelijk ook voor het tijdstip van publicatie. Er dient duidelijk te worden vermeld wanneer de exploitatierechten eindigen. De SAD biedt auteurs de mogelijkheid om verslag te doen van contractbreuken, niet nagekomen afspraken en onregelmatigheden met royalty-afrekeningen. De verslagen worden met bescherming van de bron doorgegeven aan de beroepsvereniging VSenV en opgenomen in het jaaroverzicht van de Stichting.
 

Samenwerking: De huidige contracten bevatten een groot aantal verouderde clausules en zijn  slecht toegesneden op de ontwikkeling van digitale media. De SAD ziet het als haar taak om relevante zaken onder de aandacht van auteurs te brengen en tevens van andere belangenbehartigers zoals de VSenV en de Stichting LIRA.

 

10. De invoering bevorderen van een  steekproefcontrole van verkochte aantallen door een onafhankelijke instantie.

De schrijver weet veelal niet hoeveel exemplaren er van zijn werk worden gedrukt, wat de stand van de voorraad is, en waar die voorraden worden aangehouden. Er is geen andere mogelijkheid dan blind te varen op informatie die de uitgever eenmaal per jaar verstrekt. De aan auteurs toegestane accountantscontrole is in de praktijk een wassen neus: als zij er het budget voor hebben, zal de relatie met hun uitgever er ernstig door worden geschaad. Ook hebben zich repercussies voorgedaan als verramsjing van het hele werk van de auteur bij de aankondiging van een accountantscontrole. De mogelijkheden om een boek aan de andere kant van de wereld te laten drukken en de distributie langs veel verschillende kanalen te laten verlopen, gevoegd bij de nieuwigheid dat elke lezer elk boek voor 3 euro kan laten klonen en in ongelimiteerde aantallen te koop kan aanbieden op het web, hebben de fraudegevoeligheid enorm vergroot. De SAD verzamelt onregelmatigheden in de royalty-afrekening en geeft deze door aan de VSenV. Bij voldoende budget wil de SAD periodieke steekproefcontroles laten uitvoeren door een accountant.

 

11. Het gegroeide gebruik van renteloze kredietverlening door auteurs aan uitgevers ter discussie stellen.

Royalty wordt gewoonlijk eenmaal per jaar betaald. Het gebruik dateert uit de tijd dat de uitgever nog de eigen boekhouding deed met de ganzenveer. Boekhoudingen zijn nu geautomatiseerd en een deel is overgenomen door het Centraal Boekhuis. Dat uitgeefconcerns gemiddeld een half jaar renteloos over het inkomen van hun auteurs mogen beschikken vindt de stichting  achterhaald en niet in overeenstelling met het respectievelijke gewicht van de marktpartijen.

 

12. Weergave online boekwinkels
Afgezien van de online 'etalage' zal de webwinkel in de standaard titel-presentatie geen visueel onderscheid maken tussen goed en minder goed verkopende titels. Als de standaard titel-presentatie voorziet in een omslagscan, behoort de toegeleverde scan bij de bestelgegevens te worden opgenomen.
Fouten worden zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 14 dagen gecorrigeerd.
Aanstootgevende, kwaadaardige, of opzettelijk kwetsende meningen worden op verzoek van auteur of diens belanghebbende verwijderd.

 

© Stichting Auteursdomein, Amsterdam 2007
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

)* Backlist-exploitatie, zie voor recente jurisprudentie over de backlist Janne Rijkers: 'Vergeet u uw backlist niet?' een analyse van de zaak Postma versus Aspect in: Bulletin van de Vereniging van Letterkundigen 2006, nr. 3 (p. 23-24)

 

 

)** Achtergrond: Per 1 januari 2005 werd de Wet
op de Vaste Boekenprijs ingevoerd. In een  flankerende Algemene Maatregel van Bestuur werden per 1 mei van dat jaar de kortingen geregeld, behorend bij de vaste boekenprijs. Uitgevers en boekhandels hadden een adviserende rol. Op dat moment is de personeels- en auteurskorting opgeheven zonder dat de beroepsvereniging voor a
uteurs, de VVL/VSenV er blijkbaar erg in heeft gehad.(Zie voor een helder overzicht het
jaarverslag 2005 van de KVB.)

 

 

 

 

 



 


Copyright © 2006 Stichting Auteursdomein,
Kamer van Koophandel 34234682. Alle rechten voorbehouden.

 


De Stichting | Contact